+ leeg -

Leo hartveld. foto: Gerard TilNederland na 9 juni

Bezuinigingsvoorstellen nader bekeken

Artikel uit de Arme Krant van Nederland - juni 2010

Ambtelijke commissies hebben pakketten bezuinigingsmaatregelen bedacht. Voor en na de verkiezingen zijn politici aan zet om aan te geven wat ons te wachten staat. Leo Hartveld van de FNV vroegen we een blik te werpen op wat ons te wachten staat.

De Nederlandse economie heeft flinke klappen gehad als gevolg van de crisis die begon bij de banken en ten slotte bij de burgers terecht is gekomen. In verkiezingstijd ging vooral aandacht uit naar het opvangen van de gevolgen van de economische crisis. Volgens het CPB (Centraal Planbureau) moet er 29 miljard bezuinigd worden en de politieke partijen buitelen over elkaar heen met ideeën over het tempo en de manier waarop het begrotingstekort terug gedrongen moet worden. Over de oorzaken van de crisis - waaronder hebzucht - horen we niemand meer. Dat terwijl de misstanden in de financiële sector met gebrekkig toezicht en uit de hand gelopen bonuscultuur, grondig aangepakt zouden moeten worden om herhaling te voorkomen!
We schrokken ons onlangs allemaal rot van de bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroepen. Minimumloon omlaag; flinke ingrepen in de WSW en gehandicapten krijgen de verplichting om onder het minimumloon te werken; versoepeling van het ontslagrecht en vermindering van de WW om er maar een paar te noemen. Een heel krasse: verhoging van de eigen bijdrage in de ziektekosten tot € 750,- per persoon.

Armoede bestaat niet

Allereerst is het opvallend, onthutsend, intrigerend - ik zou niet weten welke woorden er voor te gebruiken - maar feit is dat het woord armoede maar enkele malen in de verkiezingsprogramma’s voorkomt. Als het er al in staat wordt vrijwel alleen een intentie genoemd - terugdringing armoede onder kinderen met een kwart - maar over hoe dat dan zou moeten, horen we niets. Voor veel politieke partijen lijkt armoede in Nederland niet te bestaan. Wij weten wel beter.
Wat is hier aan de hand? Is het de 'klassieker' datgene wat Duitse sociologen de 'tweederde samenleving' noemen? De Duitse socioloog Bude schreef een boek over de groeiende Europese onderklasse. Zijn boek was voor ons zeer herkenbaar. Bude beschrijft hoe steeds meer mensen naar de rand van de samenleving gedrongen worden. Onzichtbaar en arm. Bude zegt - en dat zeggen veel Duitse sociologen hem na - dat de tragiek van die groep is dat niemand er zich electoraal wat van aantrekt. Je kunt namelijk ook de verkiezingen winnen met een tweederde meerderheid. 'Die Zweidrittelgesellschaft' noemen ze dat. Het behoeft welhaast geen betoog dat die éénderde arme mensen er electoraal blijkbaar niet toe doen.
Of Is het het nieuwe / oude argument: “we besteden toch aandacht aan werkgelegenheid, re-integratie en scholing” en daarmee poetst het armoedeprobleem zich vanzelf weg?
Toen documentaire en boek van Marcel van Dam 'Niemandsland' verscheen, leverde dat een golf publiciteit op, maar ook de tweede klassieker als het gaat over armoede: ”er is niet goed gemeten.” Nu is het belangrijk om een enigszins betrouwbare indicator te hebben van wat we in Nederland 'arm' noemen. Maar de makke is dat de discussie over die indicatoren blijft hangen in definitiekwesties. Welke definitie je ook hanteert: er zijn veel arme gezinnen in Nederland; te veel.
In 2009 en 2010 zien we een toeloop op de voedselbanken en de schuldsanering; signalen dat het meer mensen slecht gaat. We leven in het Europese jaar tegen armoede en uitsluiting. De Sociale Alliantie voert een intensieve stedencampagne de 'armoedevrije gemeenten' en wij (FNV) reizen al een jaar met onze tentoonstelling langs tal van gemeenten en spreken in die stadhuizen over armoede en werkende armen.

Het lokale

Daarmee kom ik op het lokale. In tegenstelling tot de landelijke politiek wordt er op lokaal niveau meestal wel gesproken en nagedacht over het armoedevraagstuk. In de vele lokale verkiezingsdebatten die we voerden wilden politici beslist niet bezuinigen op de minima. Ook zijn we nergens tegengekomen dat die lokale politiek het minimum te hoog vond. Uit onze lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg blijkt dat gemeenten de afgelopen jaren hun budgetten voor armoedebestrijding enigszins hebben verhoogd. Gemeenten doen ook meer moeite om te zorgen dat het geld daadwerkelijk terechtkomt bij de mensen voor wie het bestemd is. We merken dat wethouders het ook erg belangrijk vinden dat hun armoedebeleid positief scoort in ons onderzoek. Er valt ook nog wel wat te verbeteren; gemeenten maken maar mondjesmaat gebruik van de ruimte die ze hebben om de langdurigheidstoeslag op een sociale manier uit te voeren.
Ik denk dat de grootste kansen en bedreigingen gaan zitten in het lokale. In het kader van bezuinigingen zal opnieuw gedecentraliseerd worden. In het verleden gingen die decentralisatieoperaties - de WMO bijvoorbeeld - steeds gepaard met bezuinigingen. De gemeente komen daarmee ook vaker in een financiële klem te zitten, maar lijken wel aanspreekbaar voor de lokale armoedeproblematiek. Lokale politici zouden wat harder op de deuren moeten bonzen bij hun landelijke collega’s, constateer ik.

Maatregelen die de laagste inkomens kunnen treffen

Als gezegd: dat is een beetje koffiedik kijken, maar ter discussie staat verlaging van het Minimumloon en de koppeling aan de uitkeringen. Veel partijen laten zich daar helemaal niet of slechts zijdelings over uit. De PvdA en de CU stellen expliciet dat het minimumloon de ondergrens moet blijven. De SP voegt daar aan toe dat men verhoging van minimum(jeugd) lonen wil.
De sociale werkplaats (de WSW) staat breed ter discussie. In de verkiezingsprogramma’s lijkt zich een meerderheid af te tekenen voor een inbreuk op de cao en om mensen onder het minimumloon te laten werken. Duur en uitvoering van de WW staat ter discussie. Enkele partijen stellen verhoging van de eigen bijdrage in de gezondheidszorg voor. Inmiddels kunnen uit de kranten vernemen dat er voor die verhoging een meerderheid is. Hoe hoog die eigen bijdrage gaat worden is nog punt van discussie. Maar hoe dan ook zijn de chronisch zieken en de mensen met een laag inkomen de klos. Positieve punten zijn dat verschillende partijen een inkomenstoeslag voor alleenstaande ouders bepleiten en er zo hier en daar aandacht is voor een rechtvaardige inkomensverdeling. Lage tarieven in de belasting aan de onderkant kunnen vooralsnog ook op bijval rekenen.
Alles welbeschouwd zijn de verkiezingsprogramma’s als je ze achter elkaar zet van alles wat en kan het - afhankelijk van de verkiezingsuitslag - ook nog veel kanten op gaan. Dat er bezuinigd moet worden staat vast, maar waar de hardste klappen gaan vallen verschilt sterk per partij.

Wat wil de FNV?

De FNV wil een krachtig en gedifferentieerd armoedebeleid. Dat wil zeggen: waar nodig generieke tegemoetkomingen zonder onnodige controles en administratie, en waar mogelijk gericht op individuele problemen.
De overheid moet, ook als het gaat om het betalen van de rekening van de crisis, zorgen voor een evenwichtige verdeling tussen burgers en bedrijven. De inkomensverdeling moet ook evenwichtig zijn, door een progressieve belastingheffing en een nieuw toptarief voor de hoogste inkomens. De hypotheekrenteaftrek komt nu voor het overgrote deel bij de hogere inkomens terecht en moet daarom worden beperkt.
Mensen moeten met werk een fatsoenlijk inkomen kunnen verwerven, en als ze geen werk (meer) hebben kunnen rekenen op een fatsoenlijke uitkering. Het minimumloon moet dus zeker niet verlaagd worden, maar door het blijvend toepassen van de koppeling van de loonontwikkeling aan het minimumloon en de uitkeringen moet gewaarborgd worden dat mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en mensen met een uitkering meeprofiteren van de welvaartsontwikkeling. De achterstand die daarbij in het verleden is opgelopen moet stapje voor stapje ingehaald worden. Dat noemen we de ‘koppeling-plus’. Voorts willen we en onder meer een herbeoordeling van de marktwerking in de sectoren als de post en de thuiszorg.

De anti-armoedebeweging

Er liggen ook nieuwe kansen om in een gezamenlijke strijd binnen de Sociale Alliantie opnieuw, en wellicht ook op een nieuwe manier arme mensen aan het woord te laten en gezamenlijk acties en campagnes te voeren .
We zitten in de wachtkamer, stelde ik aan het begin. Die uitspraak ontleen ik aan een van de FNV (moslim) collega’s die na de gemeenteraadsverkiezingen meldde: “Ziezo, nu zijn de kiezen getrokken en we weten nu waar we aan toe zijn en nu kunnen we terugvechten. Beter uit de tandartsstoel erna dan in de wachtkamer ervoor.” We zullen zien of de verkiezingen uitdraaien op het trekken van kiezen. Een stemadvies geef ik niet. Kijk en oordeel.
Een ding staat wel vast: de anti-armoedebeweging zal en moet steviger dan ooit terugkomen!

Leo Hartveld, Federatiebestuurder FNV Vakcentrale

Lees ook het artikel 'Heeft de bijstand een toekomst?'

Naar de top van de pagina

Naar startpagina Arme Krant van Nederland

Naar overzichtspagina publicaties

 

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player