A leeg A
Onderzoek Armoede in Nederland 2008

Armoede in Nederland 2008

Onderzoeksrapport kerken

Eind juni 2008 presenteerden enkele kerkgenootschappen een groot onderzoek naar financiële hulpverlening aan mensen die in de knel raken in onze samenleving. Het onderzoek vond plaats in de eerste maanden van 2008. De verzamelde gegevens gaan over het jaar 2007. De resultaten werden op 26 juni aangeboden door synodevoorzitter De Fijter en bisschop De Korte aan staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

'Armoede in Nederland 2008' is het vierde onderzoek naar financiële hulp door kerken, in een reeks die in 2002 begon. De werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA heeft hier steeds een actieve rol bij gespeeld. In 2002 verscheen 'De kerk als vangnet?' Aan dit onderzoek deden protestantse diaconieën en enkele bisdommen mee. In 2005 en 2006 werd onderzoek gepubliceerd dat gedaan was onder alle diaconieën van de Protestantse Kerk in Nederland.
Verheugend aan het onderzoek van 2008 is dat er meer kerkgenootschappen aan het onderzoek meewerkten. Het is nu een breed kerkelijk onderzoek. Deelnemers zijn ditmaal Kerkinactie, alle Rooms-Katholieke bisdommen, de Vincentiusvereniging Nederland, de Remonstrantse Broederschap, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Oud-Katholieke Kerk. Via de samenwerking met de interkerkelijke werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA is deze verbreding tot stand gekomen.

Waarom eigenlijk?

De kerken vinden het van groot belang om in beeld te brengen hoe zij betrokken zijn bij hulpverlening aan mensen die financieel in de knel raken in onze samenleving. Plaatselijke kerken hebben daar zelf soms onvoldoende zicht op, terwijl het wel van groot belang is voor hun eigen beleid.
Ook samenleving en politiek hebben vaak geen idee van de betrokkenheid van kerken. Diaconieën en parochiële caritas instellingen hebben sterker de vinger aan de pols van armoede en sociale noden dan zijzelf en anderen zich realiseren. Daar komen belangrijke signalen uit voort. Die moeten gezien worden; ze mogen niet onopgemerkt blijven.
'Signaleren, alarmeren en waar nodig protesteren', horen evenzeer bij de taak van kerken als 'helpen waar geen helper is'. Dat er nu bij het vierde onderzoek vergelijkingen in de tijd gemaakt kunnen worden, is een interessant pluspunt. De onderzoeken uit vorige jaren hebben steeds ruime aandacht in media en politiek gekregen. Ze hebben geleid tot gesprekken met ministers en ambtenaren en tot discussie in de samenleving. Dat is ook met het nieuwe rapport de bedoeling.

Hoge respons

Van alle plaatselijke diaconieën, parochiële caritas instellingen en andere kerkelijke organisaties stuurde ruim 36% de vragenlijst ingevuld terug. Dat is een hele hoge respons voor dit soort onderzoek. Dit onderwerp wordt duidelijk als erg belangrijk ervaren in de kerken. Laten we de uitkomsten van het onderzoek eens nader bekijken.

Betrokkenheid

De betrokkenheid van kerken bij hulpverlening aan mensen in financiële problemen blijkt onverminderd hoog te zijn. Ruim driekwart geeft aan betrokken te zijn bij dit type ondersteuning; ongeveer even veel als in eerdere onderzoeken. Van die respondenten zegt 83% steun te geven door middel van financiële giften, 54% doet dit (ook) via giften in natura en 51% verstrekt leningen.
Verder vallen enkele dingen op bij de manier waarop hulp wordt gegeven. De betrokkenheid van kerken bij voedselbanken en andere initiatieven rond voedselverstrekking blijkt heel groot te zijn. De helft van de respondenten geeft aan hier iets mee te doen. In dit onderzoek is ook voor het eerst gevraagd naar eventuele steun voor mensen om eens op vakantie te kunnen. Daarin blijken de kerken heel actief: 41% doet iets op dit terrein. Ook blijkt dat het aanstellen van een speciale 'sociaal diaken' voor armoede en sociale zekerheid steeds meer voorkomt, vooral bij de protestantse diaconieën.
Het rapport doet de aanbeveling aan de kerken om dit onderwerp ook de komende tijd hoog op de agenda te houden. De overheid wordt nadrukkelijk gevraagd om de kerkelijke signalen om te zetten in een krachtig anti-armoedebeleid.

Aantallen en bedragen

Het gemiddeld aantal aanvragen dat kerkelijke organisaties in 2007 binnenkregen is 8,4. Daarvan werden er gemiddeld 7,5 gehonoreerd. Dat lijkt op het eerste gezicht ruwweg overeen te komen met de uitkomst van eerder onderzoek. Er is echter een verschil. Als we alleen naar de protestantse diaconieën kijken, is het aantal aanvragen afgenomen. In 2004 honoreerden de diaconieën gemiddeld 5,4 aanvragen, in 2005 waren het er 7,2 en in 2007 is dit weer terug op 5,4. Dat het over de hele linie ongeveer gelijk is ten opzichte van het vorige onderzoek, komt dus doordat in de andere kerkgenootschappen de aantallen hoger liggen dan bij de PKN. Voor de rooms-katholieken (12,1 aanvragen) en kleinere kerken (10,5 aanvragen) kan geen vergelijking gemaakt worden in de tijd. Het bedrag dat gemiddeld per jaar wordt uitgegeven door een diaconie, pci of ander kerkelijke organisatie is rond € 5000,-. Ook dat bedrag is sinds het vorige onderzoek wat gedaald als we alleen naar de PKN-diaconieën kijken (van € 3100,- in 2004 naar € 5200,- in 2005 en € 4700,- in 2007).
Waar de daling bij de protestantse diaconieën aan ligt, is niet helemaal duidelijk. Het kan zijn dat dit duidt op een vermindering van de armoede in Nederland. Dat zou hoopvol zijn. Het kan ook komen door veranderend beleid van diaconieën. Het rapport doet de aanbeveling dit nader te onderzoeken.
Het rapport schat op basis van de gegevens uit de steekproef hoeveel geld er binnen het geheel van de deelnemende kerken omgaat in deze vorm van hulpverlening. Dat komt op een totaal uit van ruim 11 miljoen euro in 2007! Kijken we alleen naar de PKN, dan ging het in 2004 om 4,5 miljoen, in 2005 om 7 miljoen en in 2007 om 6 miljoen.
Niet alle diaconieën, pci'en en andere kerkelijke organisaties houden een volledige registratie van de hulp bij. Een aanbeveling uit het rapport is dat een eenvoudige, geanonimiseerde registratie wel wenselijk is, omdat daarmee het eigen beleid beter gevoerd kan worden en omdat daarmee signalering naar overheden en instanties verbetert kan worden.

Welke groepen en problemen?

De top vijf van groepen die aankloppen bij de kerken is niet veranderd ten opzichte van vorige jaren. De meest genoemde groepen zijn 'alleenstaande ouders met kinderen' (53%), mensen zonder betaald werk (44%), asielzoekers (42%), ouderen (39%) en chronisch zieken en gehandicapten (28%).
De aard van de problemen is ook niet echt veranderd. 'Schuldenproblematiek' (41%) en 'langdurig een laag inkomen' (38%) springen er uit als meest genoemde achtergronden. Veel van de andere genoemde problemen hebben te maken met vastlopen in de bureaucratie, onbekendheid met regelgeving, wachttijden voor het verkrijgen van uitkeringen of andere inkomensvoorzieningen, etc.
Dezelfde groepen en problemen blijven opduiken. Armoedebeleid lijkt dus nog onvoldoende vruchten af te werpen. Het rapport roept daarom de landelijke overheid op om het beleid voor specifieke aandachtsgroepen en voor een aantal deelterreinen, zoals schuldenproblematiek en de hoogte van de uitkeringen, te intensiveren.

Toerusting

Op de vraag of men zich voldoende toegerust voelt in de diaconale taken rond armoede, antwoordt 56% positief. Van de andere 44% geeft het merendeel aan meer informatie te willen hebben over de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO). Ruim 60% heeft daar behoefte aan. 56% zou graag meer informatie over veranderingen in de wetgeving sociale zekerheid willen, en 41% wil graag meer informatie over de toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kindertoeslag).
De kerkgenootschappen krijgen de aanbeveling om de informatievoorziening aan de achterban rond zorg en sociale zekerheid te intensiveren.

Signalen voor de overheid

Uit de antwoorden blijkt dat ruim een kwart in 2007 signalen heeft doorgegeven aan de gemeentelijke overheid. Ook hier springt de WMO er weer uit als een 'hot item': 23% geeft aan dat de signalen hiermee te maken hadden. Daarnaast wenst men ook vaak een betere samenwerking tussen de plaatselijke kerken en de gemeente. Dit wordt door 19% van de respondenten genoemd. En tenslotte springen regelgeving en bureaucratie er ook weer uit: minder bureaucratie en betere voorlichting (15%) en verbetering van regelgeving rond armoede (12%).
Bij de vraag welke signalen men mee wil geven voor de landelijke overheid, scoort ook vermindering van bureaucratie hoog: 23%. Toezien op een goede uitvoering van de WMO is goede tweede met 13% en verhoging van het sociaal minimum staat op de derde plaats met 11%.
Landelijke overheid en burgerlijke gemeenten en instanties worden opgeroepen om bureaucratische drempels te slechten, procedures te vereenvoudigen en te versnellen en niet-gebruik tegen te gaan.
Plaatselijke kerken wordt aanbevolen om vaker aan overheden en instanties door te geven wat ze tegenkomen bij hulp aan mensen in de knel, en mee te denken in aanbevelingen om beleid en uitvoering te verbeteren.

Peter de Bie

Lees hier verder over de onderzoeken:

Externe links:

Naar de top van de pagina

Naar startpagina project Onderzoek Armoede in Nederland

Naar overzichtspagina projecten

 

Onderzoek Armoede in Nederland