+ leeg -

Informatiepakket voor jongeren over armoede in Nederland

 

TV-programma's en videofilmpjesGames en quizzenErvaringsverhalen

€xtra

"We vroegen ons af waarvoor we het allemaal nog deden"

Varkenspest was doorslaggevend voor Erik en Ria van Straaten

Uit: 'Veertien Levensverhalen van boeren en tuinders. Die onzekerheid nekt je!'

Klik hier om het verhaal als Word-document te downloaden.

Erover praten helpt echt

Ze waren jong en hadden een goedlopend, modern bedrijf waarmee ze nog jaren verder konden. Toch grepen Erik (37) en Ria (34) van Straaten de opkoopregeling aan om te stoppen met hun bedrijf. Hun traumatische ervaringen tijdens de varkenspest speelden hierbij een cruciale rol. Erik noemt de beëindiging 'een goede zakelijke beslissing.'

Vóór de varkenspest had Erik van Straaten een tot in de puntjes geregeld varkensbedrijf en grootse toekomstplannen. Hij was een gedreven, perfectionistische vakman en draaide mee in de top.

Bij toeval rolde hij in het vak. Zijn oudere broer zou het ouderlijk bedrijf overnemen. Erik volgde ondertussen de Hogere Agrarische School (HAS), richting rundveehouderij, met veel economische vakken. Na zijn afstuderen stapte hij met zijn vader in de internationale veehandel. 'Maar dat werk gaf me weinig voldoening. Toen zich in 1989 plotseling de kans voordeed om tóch boer te worden, heb ik die zonder lang nadenken gegrepen. Er kwamen twee bedrijven naast elkaar te koop: een varkenshouderij en een kalveropfokbedrijf. Ik kocht het eerste, mijn vader het andere. We gingen daarbij een maatschap aan.'

Een drukke tijd brak aan. In zeven jaar tijd moderniseerde Erik van Straaten zijn bedrijf volledig. In dezelfde periode trouwde hij met Ria. Ze kregen drie kinderen: Hans (10), Jolanda (7) en Koen (4). Ria gaf haar baan op en zorgde voor de kinderen. 'Zelf zag ik de kinderen alleen als het werk klaar was. Voor mij draaide alles om het bedrijf. Mijn gezin kwam op de tweede plaats’, beseft Erik achteraf.

Vanaf 1996 kon de varkenshouder zich volledig op de productie richten. Hij had op dat moment een bedrijf met 220 fokzeugen en 750 mestvarkens, dat up to date was en tot 2008 voldeed aan de strengste eisen. Daarnaast hadden vader en zoon ambitieuze plannen met het tweede, naastgelegen bedrijf. Het kalveropfokbedrijf zou plaatsmaken voor een bedrijf met 1200 mestvarkens. Een investering van zo’n ƒ 2,5 miljoen, die Erik en vader van Straaten gezamenlijk zouden dragen. De vergunningen lagen al klaar. Alle plannen werden echter geblokkeerd door de pestepidemie van 1997.

Pest slaat toe
Erik van Straaten hoeft geen seconde na te denken over de datum waarop het eerste pestgeval ontdekt werd. Dat was op 4 februari 1997 bij een varkensbedrijf in in de buurt. Hun bedrijf viel meteen binnen het vervoersverbod.
'Natuurlijk was dat nieuws een gigantische schok. Tegelijk verwachtte ik geen moment dat de pest zo enorm om zich heen zou grijpen. Ik hoopte dat ik buiten schot zou blijven en dat het allemaal met een sisser zou aflopen.' Maar dat deed het niet. Het werden weken waarin het ene na het andere pestgeval de kop opstak. De onzekerheid en verwarring waren groot en de varkenshokken raakten overvol. Het absolute dieptepunt kwam nadat op een nabijgelegen bedrijf ook varkenspest uitbrak. Zeven dagen later, op 15 mei 1997, kreeg Erik een telefoontje waarin hij hoorde dat zijn bedrijf preventief zou worden geruimd. 'Dat bericht sloeg in als een bom.'

De ontruiming was niet alleen een financiële klap voor de van Straaten. Ook pijnlijk vond en vindt Erik de manier waarop hij en andere boeren werden behandeld. Zijn vertrouwen in de landbouworganisaties en -overheden krijgt een enorme deuk. Hij zal nooit meer de enthousiaste ondernemer worden die hij was. Toen er varkenspest werd geconstateerd op zijn eigen bedrijf, vond Erik deze constatering zeer discutabel. Toen hij echter herkeuring aanvroeg, bleken alle bloedmonsters al vernietigd te zijn. 'Onvoorstelbaar! De uitslag was zó belangrijk voor de toekomst van het bedrijf. Ik ben ervan overtuigd dat er op mijn bedrijf géén pest aanwezig was. Maar dat valt nooit meer te bewijzen.'

Het feit dat het bedrijf van van Straaten officieel als besmet te boek stond, had gevolgen voor de herstart. Erik kreeg hierdoor te maken met strengere regels en controles en extra keuringskosten. Bovendoen kon hij pas twee maanden later opstarten.

Herstart met hindernissen
Eind mei 1998, precies een jaar na de ontruiming, was er weer leven in de stallen. Het ging het bedrijf echter niet meer voor de wind. De nieuwe, elders opgefokte dieren kregen de ene ziekte na de andere. Een jaar lang was de veearts kind aan huis en liep de medicijnenrekening torenhoog op. Pas toen Erik uiteindelijk besloot alle zieke varkens te ruimen, kwam zijn bedrijf na twee verloren jaren weer op poten. Zichzelf had hij toen nog lang niet ‘op poten’, al beseft hij dat pas achteraf. 'Ik heb de gevolgen van de varkenspest emotioneel heel slecht verwerkt. De stress en spanning zijn daardoor bij me gebleven.'

Het idee om te stoppen kwam pas in Erik op toen er een uitweg was: de opkoopregeling. 'Langzaamaan besefte ik dat ik niet meer dezelfde persoon ben als voor de pest. Privé leek het leven langs me heen te glijden en ik had weinig plezier in mijn werk. De ambitie en het enthousiasme waren weg. Ik ben tegen te veel gesloten deuren aangebotst', zegt hij nu. 'We vroegen ons af waarvoor we het allemaal nog deden.'

Ria, die duidelijk zag dat het slecht ging met haar man, is ook blij met de opkoopregeling. 'Als Erik was doorgegaan, was ik ook achter hem blijven staan, maar stoppen leek me voor hemzelf en ons gezin beter. Het was vaak moeilijk om daarover te praten, om als man en vrouw op één lijn te blijven. Erik bekeek het vooral van de zakelijke kant, terwijl ik ons gezinsleven voorop plaatste.'

Opkoopregeling biedt oplossing
Pas op het allerlaatste moment schreven de van Straaten zich in voor de opkoopregeling. Op 18 april 2000 ging hun brief op de post en op 20 april 2000 sloot de (eerste) inschrijving, 'Dat kwam niet doordat we nog twijfelden, maar door de regeling zelf. In eerste instantie mocht je je na de aanmelding niet meer terugtrekken. Dat was natuurlijk te zot voor woorden,' zegt Ria fel. 'Je móest dan stoppen, hoe laag de taxatie ook uitviel. Pas toen wij zwart op wit hadden dat we ons konden terugtrekken, hebben we ons aangemeld.'

Onder twee voorwaarden wilden Ria en Erik wel met de regeling in zee. Ze moesten in hun eigen huis kunnen blijven wonen en de hypotheek moest zijn op te brengen door een alleenverdiener op hbo-niveau. 'We zouden een totaal nieuw leven beginnen. Niets zou hetzelfde blijven. Ook nog moeten verhuizen, misschien wel naar het dorp, zagen we niet zitten. Verhuizen was ook voor de kinderen veel te ingrijpend. Die hadden het al moeilijk genoeg!', verklaart Ria.

Om die reden hebben ze ook niet overwogen het bedrijf te verkopen aan een derde. Bovendien geloofde Erik niet dat hij er dan financieel beter was uitgesprongen. Kopers die dergelijke financieringen aankonden, lagen niet voor het oprapen. Ze hadden wel een alternatief achter de hand, voor het geval de opkoopregeling niet doorging. Hun bedrijf ligt in een reconstructiegebied en ze zouden hierdoor kunnen worden uitgekocht. Erik: 'Maar dat kon nog wel tien jaar duren. Daar wilden we liever niet op wachten.'

Taxatie pakte hoger uit
Erik en Ria van Straaten hadden aanvankelijk weinig hoop dat de opkoopregeling voor hen de oplossing zou zijn. Uit eerdere taxaties was gebleken dat beëindiging met behoud van het huis niet mogelijk was. Welke regels en uitgangspunten de taxateurs van de opkoopregeling hanteerden, was op dat moment echter nog onduidelijk.

Na het bezoek van deze officiële taxateurs volgden dan ook zes spannende weken totdat de uitslag kwam. 'En die viel heel erg mee. Opeens konden we wél stoppen,' zegt Ria enthousiast. De uiteindelijke taxatie pakte hoger uit dan de voorgaande. De basisbedragen voor nieuwbouw van waaruit gerekend werd, waren nog niet bekend tijdens de eerste taxatie, die Erik en Ria zelf lieten uitvoeren. Hierdoor had hun taxateur het onroerend goed veel te laag ingeschat.

Erik vult waarschuwend aan: 'Maar het verhaal dat de regeling een vetpot is, is een fabeltje. Ook voor ons is het een enorme financiële aderlating. We hebben niet aan pensioenopbouw kunnen doen en ook voor een fiscale oudedagsreservering is geen ruimte. Gezien de ruime tien jaar die we ons hier uit de naad hebben gewerkt, houden we bitter weinig over. Stoppen was alleen mogelijk omdat we ons huis op privé hadden staan. We hoefden daarom niet fiscaal af te rekenen over de waardestijging van het huis.'

Stoppen toen het kon
De van Straaten namen het besluit om gebruik te maken van de opkoopregeling met hun verstand. Emotioneel moesten ze er stap voor stap naar toe groeien. 'Echt helemaal klaar ben je er nooit voor. Na het bezoek van de taxateurs vroeg ik me af wat ik had gedaan', vertelt Erik.

Nadat het taxatierapport door de brievenbus viel, hadden Erik en Ria twee weken de tijd om te beslissen of ze definitief gebruik zouden maken van de opkoopregeling. Die tijd gebruikten ze door nogmaals met de ABAB-accountant en ZLTO Advies te bekijken of de beëindiging haalbaar was. De uitkomst was nog steeds positief, al waren veel cijfers gebaseerd op schattingen. Dat de minister van Landbouw heeft toegezegd stoppers in de varkenshouderij tegemoet te komen in belastingtechnische zaken, klinkt bemoedigend. Maar de onduidelijkheid is groot. Wanneer gebeurt dit en wat houdt de tegemoetkoming in?

'We bleven twijfelen en wikken en wegen en vroegen verlenging van de bedenktijd. Uiteindelijk hebben we de knoop doorgehakt en kregen we de beschikking in de brievenbus. Dan is het écht. Vanaf dat moment ben je elke dag een beetje afscheid aan het nemen. Bewust de laatste inseminatie verrichten, bewust kijken naar weer een lege afdeling, bewust meemaken hoe hier straks de laatste schuur gesloopt zal zijn.'

Het proces van afscheid nemen werd in maart 2001 echter sterk vertraagd door de uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ). Vanwege het vervoersverbod moest Erik van Straaten zijn dieren nog weken langer op het bedrijf houden.

Ondernemersbeslissing
Waarom stoppen Erik en Ria van Straaten nu eigenlijk? Ze hebben een gezond bedrijf, dat voldoet aan alle regelgeving en voorwaarden en daardoor zeker tot 2008 meekan. Ze zijn jong, gezond en hadden ambitieuze uitbreidingsplannen. 'Het is een combinatie van factoren,' zegt Erik. 'In de eerste plaats ben ik een ondernemer die een goede bedrijfseconomische beslissing heeft genomen. Ik had zware financiële verplichtingen en wilde nog verder investeren. Dat was niet wijs. De toekomst van de varkenshouderij biedt ons te weinig perspectief. De varkensprijzen blijven laag, zodat je je investeringen nauwelijks terugverdient. In de toekomst verwacht ik daarin geen verbetering. Bovendien pleit de politiek juist voor inkrimping van de varkensstapel. Daar komt bijdat de varkenshouderij in een slecht daglicht staat. Niet alleen bij de consument, maar ook bij de politiek. Op veel steun hoeft de sector de komende jaren dus niet te rekenen.'

'En', vult hij aan, 'we zijn jong genoeg om een nieuwe plek op de arbeidsmarkt te vinden. Het was voor ons gevoel nu of nooit. Ook mijn gezondheid speelde een rol bij het besluit. Ik heb geen sterke rug en in dit werk kun je die nauwelijks ontzien. Ik dacht dat het allemaal wel los zou lopen. Ik schrok echt toen ik las dat varkenshouders gemiddeld op hun vijftigste arbeidsongeschikt worden!'

Naast de zakelijke beslissing speelde ook het gezin een zwaarwegende rol. Naast Erik stonden ook Ria en de kinderen zwaar onder druk. Langzaam maar zeker kwam bij Erik het besef dat hij een ander leven wilde.

Periode van zwijgen
Voor ze de knoop doorhakten, hebben de van Straaten met vrijwel niemand gesproken over hun plannen om te stoppen. Ze stonden helemaal alleen voor die beslissing. 'Schaamte speelde daarbij een rol', legt Erik uit. 'Maar onze zwijgzaamheid had ook een zakelijke kant. De kans dat onze wensen haalbaar waren, was heel klein. Als je toch door moet met je bedrijf, doe je dat liever niet met het stempel ‘stopper’ op je voorhoofd. Niet alleen je buren en collega’s bekijken je dan anders, maar ook je zakenrelaties. Dat zou financiële gevolgen kunnen hebben. Ik was bijvoorbeeld bang dat de voerleverancier geen kortingen of kredieten meer zou verlenen als hij bang zou zijn om mij als klant te verliezen.'

Om deze reden vond Erik het zeer vervelend dat hij de aanvraagpapieren voor de opkoopregeling vooraf moest laten ondertekenen bij de bank. 'Bij diezelfde bank waren ook mijn uitbreidingsplannen in behandeling. Ik vroeg me af of ze wel met mij verder zouden willen als ze wisten dat ik óók aan beëindiging dacht.' De bank verzekerde hem achteraf dat beëindiging of gedachten daarover geen invloed hebben op financieringen. 'Toch vertelde mijn gevoel me iets anders.'

Besluit brengt opluchting
Toen de kogel eenmaal door de kerk was, spraken Erik en Ria vrij openhartig met buren, familie, vrienden en collega’s over hun plannen. De reacties waren zeer uiteenlopend. Vooral de vrouwen reageerden positief. Ria: 'Sommige vrouwen hebben ons met tranen in de ogen gefeliciteerd. Ze benijden ons omdat ze zelf ook graag willen stoppen. Maar voor hen is het niet haalbaar of hun mannen durven het niet aan. Heel triest eigenlijk. De mannen reageren over het algemeen niet of negatiever en vooral zakelijker.'

In beide families was er verdriet, maar vooral begrip. Vooral met het oog op de uitbreidingsplannen zei Erik’ broer dat je bij twijfel moet stoppen. Want als je doorgaat, moet je je voor tweehonderd procent inzetten. En dat kun je niet zolang je twijfelt. Erik’ vader (64) had moeite met de beslissing, maar zag wel in dat er economisch erg veel op het spel stond voor Erik. Omdat een bedrijfsbeëindiging direct na een maatschapsbeëindiging niet mogelijk is, kwam hij zijn zoon tegemoet door de maatschap nog even voort te zetten. Zonder dat gebaar was stoppen niet haalbaar geweest. Door de maatschap voort te zetten kon bovendien een deel van de negatieve stakingswinst worden doorgesluisd naar vader en naar eerdere boekingsjaren van de maatschap.

Heel moeilijk was het om de boodschap over te brengen aan de bedrijfsleider van het kalveropfokbedrijf. Erik: 'Doordat ik beëindigde, raakte hij zijn werk kwijt. Ik sleurde hem in feite mee en dat was een rotgevoel. Maar ik besefte ook dat ik niet alleen om hem door kon gaan.'

Zoeken naar geschikt werk
Toen definitief een punt was gezet achter het bedrijf, konden Erik en Ria zich serieus bezinnen op de toekomst. Dit deden ze niet alleen. Bij hun oriëntatie op nieuwe werkkringen werden ze begeleid vanuit een samenwerkingsproject van SEP Veehouderij en het arbeidsbureau Zuid-Oost. Erik had er alle vertrouwen in dat hij snel een goede baan zou vinden. 'Ik wilde best in loondienst werken. Ik ben jong genoeg en ik heb een goede vooropleiding en een brede werkervaring. Volgens het arbeidsbureau had ik de banen zelfs voor het uitkiezen.' Die voorspelling bleek uit te komen. Erik belde op goed geluk diverse bedrijven voor een oriëntatiegesprek. De meesten stonden hem welwillend te woord. Uiteindelijk koos Erik voor een baan als agrarisch bedrijfsadviseur bij een groot landelijk accountantskantoor. Zijn behoefte aan communicatie sluit hier goed bij aan evenals zijn vooropleiding en werkervaring.

'Door wat ik heb meegemaakt, ben ik een 'man met een missie’ geworden. Bij de landbouworganisaties valt de communicatie met boeren sterk te verbeteren. Dat merkte ik tijdens de pest en nu weer met de beëindiging. Het is goed dat ze beseffen dat blijvers en stoppers dezelfde mensen zijn!' Ook zou Erik graag bedrijfsbeëindigers willen begeleiden bij de Zelfhulporganisatie voor Bedrijfsbeëindigers (ZOB). 'Er zijn immers zo veel potentiële beëindigers.'

Ria volgt tot maart een opleiding tot schoonheidsspecialiste. De opleiding wordt deels vergoed via een SEP-regeling voor herintreders. Ze voelt zich bij deze keuze niet gedwongen door de bedrijfsbeëindiging. 'Ik was altijd al van plan weer te gaan werken. Dat plan is nu in een stroomversnelling gekomen. Straks wordt het hier stil op het erf. Ik zou echt in een gat vallen als Erik en de kinderen op pad zijn en ik alleen achterblijf. Als ik straks een salon aan huis heb, is dat probleem opgelost. Ik heb er echt zin in.'

Wie na bedrijfsbeëindiging een ander type bedrijf wil opstarten in de leegkomende gebouwen, moet zich van tevoren goed laten informeren. Voor het buitengebied gelden vaak strenge regels voor vestiging van bedrijven. Deze regels kunnen van gemeente tot gemeente verschillen. Let hier goed op en ga niet van start voordat alles zwart op wit staat.
Een schoonheidssalon geldt als een ‘aan huis gebonden beroep’. Voor de uitoefening hiervan kan bij de gemeente een vergunning worden aangevraagd. Ria van Straaten kreeg de vergunning zonder problemen, op voorwaarde dat de salon in huis is gevestigd op maximaal dertig vierkante meter vloeroppervlak. De woonfunctie mag daarbij niet ondergeschikt worden aan de salon.

Emotionele hulp
Bij het emotioneel verwerken van de bedrijfsbeëindiging krijgen Erik en Ria sinds kort begeleiding via de ZOB. Ze hebben hierbij zo veel baat dat Erik spijt heeft dat hij niet eerder in contact is gekomen met deze organisatie. 'Tijdens de periode van de varkenspest geloofde ik dat ik geen hulp nodig had. Nu denk ik daar heel anders over.' Hij verwachtte niets van het beëindigersweekeinde waaraan hij deelnam, maar hij vond het heel zinvol. 'Er was zo veel herkenning in de groep. We vormden meteen een eenheid, hoe verschillend we ook waren. Jong, oud, en met uiteenlopende redenen om te stoppen zaten we in hetzelfde schuitje. Hierdoor was het veel gemakkelijker om erover te praten dan thuis. In de gesprekken ging het meteen over de kern van de zaak. In je eigen omgeving heb je vaak het gevoel dat je veel moet uitleggen, dat je je keuze moet verantwoorden. Door dat weekeinde is er heel veel rust over me gekomen.'

Erik en Ria beseffen nu dat bedrijfsbeëindiging tot een echt rouwproces leidt dat veel tijd nodig heeft. 'Toen de knoop net was doorgehakt, dacht ik dat we er eindelijk doorheen waren en dat we rust zouden krijgen. Maar zo was het helemaal niet. Ik wéét dat ik de juiste beslissing heb genomen, maar toch blijven de twijfels door mijn hoofd spoken. Ze worden wel minder, maar ze zijn nog lang niet weg. Nu besef ik dat twijfelen gezond is. Het hoort bij de verwerking. Zelfs als alles hier gesloopt is, zullen bij mij nog twijfels de kop opsteken,' verduidelijkt Erik.

Nu al meer tijd en plezier
Erik is zijn oude leven aan het afbouwen. Het wordt rustiger op het bedrijf en hij legt bestuursfuncties neer. Ook andere aspecten van zijn oude leven, zoals de zwemsport, laat hij bewust achter zich. Hier komen nieuwe zaken voor in de plaats. Zo volgt hij een cursus autosofie (eigen wijsheid) waarbij hij zijn geest en zijn lichaam traint. Samen met Ria is hij bezig met reiki, een levenswijze waarbij door lichaamscontact nieuwe energie wordt verkregen en (geestelijke) pijn wordt verdreven. 'Na alles wat we hebben meegemaakt, hebben we meer behoefte aan spiritualiteit in ons leven.'

Hoewel ze nog midden in de beëindiging én het verwerkingsproces zitten, zijn de positieve effecten al merkbaar. Erik: 'Ik heb nu al meer tijd en ik verheug me op een hele week vakantie. Ik trek me op aan goede herinneringen, ook uit de tijd na de ontruiming. Toen hadden we zomaar tijd om uitgebreid verjaardagen te vieren. Aan kleine dingen merk je hoe goed het leven zonder bedrijf kan zijn.'

Verder richt Erik zich sterk op zijn gezin. Dat stond altijd in de schaduw van het bedrijf, maar komt nu met stip op één. 'Ik heb heel duidelijk het gevoel dat ik weer begin te leven. De ergste spanningen zijn uit huis verdreven. Ik maak weer plezier met de kinderen en neem een deel van de zorg voor hen op me. Ik ben niet meer alleen ' pappa die het altijd druk heeft'. Vroeger kon ik het bedrijf geen minuut loslaten. Zelfs nu de varkens er nog zijn, gaat dat al een stuk beter. Geleidelijk groeien we naar het afscheid. De twijfels zullen nog lang blijven, maar we gaan samen positief op weg naar een nieuwe start.'

Ria beaamt: 'Opnieuw beginnen is als het planten van een zaadje. Eerst groeit er een piepklein plantje, maar met de juiste verzorging wordt het steeds groter en sterker en komt het helemaal tot bloei. Zo zie ik ook onze weg naar een nieuw leven.'

Doolhof van bureaucratie
Beëindigen via de opkoopregeling is emotioneel en financieel allesbehalve gemakkelijk. Bovendien dreigen stoppers verstrikt te raken in het doolhof van de bureaucratie, heeft Erik van Straaten gemerkt.
'Aan de ene kant ben je enorm aan regels en bepalingen gebonden, aan de andere kant is er veel onduidelijkheid. Om te kunnen stoppen moet je beschikken over het uithoudingsvermogen van een topsporter en de vastberadenheid van een pitbull. Ik ben steeds geadviseerd door de ABAB en ZLTO Advies. Maar qua regelgeving heb ik alles zelf uit moeten zoeken en ook mijn adviseurs bleken niet altijd over de goede informatie te beschikken. Regelmatig heb ik dan ook het gevoel gehad opnieuw het wiel te moeten uitvinden.'

Door ervaring wijs geworden neemt de ex-varkenshouder geen genoegen meer met mondelinge toezeggingen. Hij wil alles zwart op wit hebben. 'Dat kost veel moeite. Er zijn te veel partijen bij betrokken. Soms spreken ze elkaar tegen of werken ze zelfs tegen elkaar in.' Dit merkt Erik vooral nu hij een werkschuur probeert te redden van de sloop. 'Het is toch zot dat je die moet slopen om hem later weer op te bouwen, alleen omdat het in de regels staat? Er zijn zelfs boerderijen waarvan het hele karakteristieke achterhuis gesloopt moest worden, omdat daar stallen waren. Alleen echte monumenten kunnen de dans ontspringen.'

Kinderen niet vergeten
Nadat in februari 1997 de pest uitbrak, hadden de kinderen Hans, Jolanda en Koen van Straaten het een tijd niet makkelijk. Er waren veel spanningen in huis en zij schoten er een beetje bij in. Ria: 'Ze kregen voortdurend te horen dat ze stil moesten zijn, omdat pappa en mamma moesten praten of omdat pappa aan de telefoon zat. Er was weinig gezelligheid en weinig tijd voor hen.'

De kinderen werden opstandig en lastig. Ook op school konden ze nauwelijks hun verhaal kwijt over de varkenspest. Er was geen opvang. Nu het besluit om te stoppen is genomen, gaat het beter met hen. Hun vader is ontspannen en vrolijk en zij krijgen meer tijd en aandacht. Wel moeten ze eraan wennen dat hun moeder nu vaak de deur uit is voor haar opleiding. En ze missen de stagiairs die vaak over de vloer waren. Vooral Mark zal het missen om mee te mogen ‘naar achteren’. Ria: 'Vooral vanwege de kinderen zijn we heel gelukkig dat we in onze vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.'

Tijdpad
1989: aankoop van het varkensbedrijf.
1996: de renovatie is gereed en het bedrijf gaat zich puur richten op productie. Er liggen uitbreidingsplannen klaar.
4 februari 1997: de varkenspest breekt uit.
15 mei 1997: de van Straaten krijgen bericht van de ontruiming van hun bedrijf.
29 mei 1997: het bedrijf wordt preventief geruimd.
Half juni 1997: er wordt varkenspest geconstateerd bij twee van de vijftig bloedmonsters die zijn genomen op 17 mei.
28 mei 1998: herstart van het bedrijf. Tegenvallende bedrijfsresultaten door dierziekten.
1999: na ruiming van de minder gezonde dieren wordt de productie snel opgevoerd.
18 april 2000: de van Straaten melden zich aan voor de opkoopregeling. Zes weken later volgt de voorafgaande taxatie. Nog zes weken later komt de uitslag: stoppen is mogelijk. Eén maand later nemen de van Straaten de definitieve beslissing om te stoppen met het bedrijf.
Mei 2001: alle stallen moeten leeg zijn.
Juni 2001: alle bedrijfsgebouwen moeten gesloopt zijn.
Augustus 2001: Erik van Straaten gaat op zoek naar een nieuwe baan.

Aangepast uiit: 'Veertien Levensverhalen van boeren en tuinders. Die onzekerheid nekt je!', ISBN/EAN 978-90-9022306-3, Hetty Doeze Jager-Heesbeen, november 2007, uitgegeven door Werkgroep Landbouw en Inkomen en Stichting Zorg Om Boer en Tuinder.